1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 268 269 270 271 272 273 274 275 276 277 278 279 280 281 282 283 284 285 286 287 288 289 290 291 292 293 294 295 296 297 298 299 300 301 302 303 304 305 306 307 308 309 310 311 312 313 314 315 316 317 318 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328 329 330 331 332 333 334 335 336 337 338 339 340 341 342 343 344 345 346 347 348 349 350 351 352 353 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 365 366 367 368 369 370 371 372 373 374 375 376 377 378 379 380 381 382 383 384 385 386 387 388 389 390 391 392 393 394 395 396 397 398 399 400 401 402 403 404 405 406 407 408 409 410 411 412 413 414 415 416 417 418 419 420 421 422 423 424 425 426 427 428 429 430 431 432 433 434 435 436 437 438 439 440 441 442 443 444 445 446 447 448 449 450 451 452 453 454 455 456 457 458 459 460 461 462 463 464 465 466 467 468 469 470 471 472 473 474 475 476 477 478 479 480 481 482 483 484 485 486 487 488 489 490 491 492 493 494 495 496 497 498 499 500 501 502 503 504 505 506 507 508 509 510 511 512 513 514 515 516 517 518 519 520 521 522 523 524 525 526 527 528 529 530 531 532 533 534 535 536 537 538 539 540 541 542 543 544 545 546 547 548 549 550 551 552 553 554 555 556 557 558 559 560 561 562 563 564 565 566 567 568 569 570 571 572 573 574 575 576 577 578 579 580 581 582 583 584 585 586 587 588 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599 600 601 602 603 604 605 606 607 608 609 610 611 612 613 614 615 616 617 618 619 620 621 622 623 624 625 626 627 628 629 630 631 632 633 634 635 636 637 638 639 640 641 642 643 644 645 646 647 648 649 650 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672 673 674 675 676 677 678 679 680 681 682 683 684 685 686 687 688 689 690 691 692 693 694 695 696 697 698 699 700 701 702 703 704 705 706 707 708 709 710 711 712 713 714 715 716 717 718 719 720 721 722 723 724 725 726 727 728 729 730 731 732 733 734 735 736 737 738 739 740 741 742 743 744 745 746 747 748 749 750 751 752 753 754 755 756 757 758 759 760 761 762 763 764 765 766 767 768 769 770 771 772 773 774 775 776 777 778 779 780 781 782 783 784 785 786 787 788 789 790 791 792 793 794 795 796 797 798 799 800 801 802 803 804 805 806
|
<chapter id="bootup"><title>Van start gaan</title>
<blockquote><literallayout>
This login session: $13.99, but for you $11.88.
</literallayout></blockquote>
<para>
Wellicht heb je al ervaringen met MS-DOS
<indexterm><primary>MS-DOS</primary></indexterm> of andere
single user besturingssystemen, zoals OS/2
<indexterm><primary>OS/2</primary></indexterm> of de Macintosh.
<indexterm><primary>Macintosh</primary></indexterm> Onder deze
besturingssystemen hoefde je jezelf voor gebruik niet op de computer te
identificeren; er werd voor 't gemak vanuit gegaan dat je de enige
gebruiker op het systeem was en alles kon benaderen.
&unix; is een multi-user besturingssysteem. Niet kan alleen meer dan
één persoon tegelijkertijd het gebruiken, de diverse mensen
worden anders behandeld.
</para>
<para>
Om onderscheid tussen mensen te kunnen maken, heeft &unix; een gebruiker nodig
om hem of haar te identificeren<footnote><para>Vanaf hier in dit boek,
zal ik de mannelijke vorm gebruiken om alle mensen te identificeren.
Dit is de standaard Engelse conventie en mensen zouden dit niet als een
statement moeten opvatten dat alleen mannen computers kunnen gebruiken.
</para></footnote>
door een proces genaamd inloggen. Wanneer je voor het eerst de
computer aanzet, vindt een complex proces plaats eer de computer klaar
is voor gebruik. Aangezien deze handleiding zich richt op Linux,
zal ik je vertellen wat er gebeurt tijdens de Linux opstartreeks.
<indexterm><primary>opstart</primary></indexterm>
</para>
<para>
Als je Linux gebruikt op een ander type computer dan een
Intel <indexterm><primary>Intel</primary></indexterm> PC, dan zullen
een aantal onderwerpen in dit hoofdstuk niet
op jou van toepassing zijn. Het meeste daarvan staat in de
<xref linkend="intel-powerup"/>.
</para>
<para>
Als je slechts geïnteresseerd bent in het gebruik van de computer,
kun je alle informatie in het hoofdstuk, behalve de
<xref linkend="actual-login-section"/>, overslaan.
</para>
<sect1 id="intel-powerup"><title>Power to the computer</title>
<para>
Het eerste wat er gebeurt als je een Intel PC aanzet, is dat
de BIOS wordt uitgevoerd. BIOS staat voor <emphasis>B</emphasis>asic
<emphasis>I</emphasis>nput/<emphasis>O</emphasis>utput
<emphasis>S</emphasis>ystem. Het is een
programma dat permanent in de computer op chips is opgeslagen, dat alleen
kan worden gelezen. Het voert een aantal minimale testen uit en zoekt
dan naar een diskette in het eerste diskettestation. Als dat het vindt,
zoekt het naar een "bootsector" op die diskette, en start met de uitvoering
van die code als dat er is. Als er wel een diskette is, maar geen bootsector,
zal de BIOS een melding afdrukken als:
</para>
<para>
<screen>
Non-system disk or disk error
</screen>
</para>
<para>
Door het verwijderen van de diskette en het indrukken van een toets zal het
bootproces verdergaan.
</para>
<para>
Als er zich in het diskettestation geen diskette bevindt, dan zal de
BIOS naar een master boot record
<indexterm><primary>master boot record</primary></indexterm>
(MBR) op de harddisk zoeken. Het zal beginnen
met het uitvoeren van de daar gevonden code, waarmee het besturingssysteem
wordt geladen. Op Linux systemen kan, LILO, de <emphasis>LI</emphasis>nux
<emphasis>LO</emphasis>ader, de MBR positie innemen en zal het Linux laden.
Op dit moment zullen we ervan uitgaan dat dit gebeurt en dat Linux begint
te laden. (Het kan zijn dat de distributie die je gebruikt de afhandeling
van het booten vanaf de harddisk anders afhandelt. Controleer dit met
de documentatie die in de distributie is opgenomen. Een andere prima
referentie is de LILO documentatie.
<!-- ~\cite{Al:LILO}.) -->
</para>
</sect1>
<sect1 id="linux-powerup"><title>Linux neemt het over</title>
<para>
Nadat de BIOS <indexterm><primary>BIOS</primary></indexterm> de besturing
heeft overgedragen aan LILO<indexterm><primary>LILO</primary></indexterm>,
geeft LILO de besturing over aan de Linux kernel.
Een kernel is het centrale programma van het besturingssysteem,
de leiding over alle andere programma's. Het eerste dat Linux doet zodra het
begint met de uitvoering is over te gaan op de protected modus.
<indexterm><primary>protected modus</primary></indexterm>
De 80386<footnote><para>Wanneer ik verwijs naar
de 80386, heb ik het ook over de 80486, Pentium, en Pentium Pro computers,
tenzij ik dit expliciet anders aangeef. Tevens kort ik 80386 af tot 386.</para>
</footnote> CPU die de
besturing heeft over je computer heeft twee modi, genaamd
"real modus" <indexterm><primary>real modus</primary></indexterm> en
"protected modus". DOS draait in real modus, zoals ook de BIOS.
Voor geavanceerdere besturingssystemen moet er in de protected modus worden
gedraaid. Daarom verwerpt Linux de BIOS wanneer het opstart.
</para>
<para>
Andere CPU's zullen op andere wijze deze fase bereiken. Andere CPU's
hoeven niet naar de protected modus over te schakelen en hebben een
framework rond de laadprocedure nodig zoals LILO en de BIOS. Zodra
een kernel is opgestart, werkt Linux vrijwel hetzelfde.
</para>
<para>
<figure id="bootup-figure" float="0" pgwide="1">
<title>De weg die een Intel PC neemt om een shellprompt te krijgen.
<command>init</command> kan wel of niet het X Window Systeem starten.
Als dit wel zo is, dan wordt <command>xdm</command> uitgevoerd, zo niet
dan wordt <command>getty</command> uitgevoerd.</title>
<graphic fileref="png-files/boot.png"></graphic>
</figure>
</para>
<para>
Linux zoekt dan het type hardware waarop het draait. Het wil weten
welke typen harddisks je hebt, of je wel of geen busmuis gebruikt, of je
je wel of niet op een netwerk bevindt, en andere onbeduidende dingen.
Linux kan niets onthouden tussen boots, dus het moet deze vragen elke
keer dat het opstart weer opnieuw vragen. Gelukkig stelt het
deze vragen niet aan <emphasis>jou</emphasis>, maar aan de hardware!
Tijdens het opstarten zal de Linux kernel diverse meldingen afdrukken.
Er is over deze meldingen meer te lezen in de
<xref linkend="kernel-messages"/>.
Dit ondervragingsproces kan voor problemen
zorgen op je systeem, maar als dit zo zou zijn, zou dit waarschijnlijk
al zijn gebeurd toen je Linux voor het eerst installeerde. Raadpleeg
de documentatie van je distributie als je problemen ondervindt.
</para>
<para>
De kernel beheert alleen andere programma's, dus zodra het
gerustgesteld is dat alles ok is, moet het een ander programma
starten om iets nuttigs te doen.
Het programma dat de kernel start wordt <command>init</command>
<indexterm><primary>init</primary></indexterm> genoemd.
<!--
(Merk het verschil op in het font. Wat geschreven is in <command> dit
font</command> duidt gewoonlijk op de namen van programma's, bestanden,
directory's of andere aan de computer gerelateerde items.) -->
Nadat de kernel <command>init</command> heeft opgestart, start het
nooit een ander programma meer. De kernel
wordt een manager en een provider, geen actief programma.
</para>
<para>
Dus om te zien wat de computer aan het doen is nadat de kernel is
opgestart, zullen we <command>init</command> moeten bestuderen.
<command>init</command> doorloopt een gecompliceerde opstartreeks
die niet voor alle computers gelijk is.
Linux heeft veel verschillende versies van <command>init</command>,
en elk doet het op z'n eigen manier. Het doet er ook
toe of je computer is aangesloten op een netwerk en welke distributie
je gebruikte om Linux te installeren. Een aantal zaken die eenmalig
kunnen plaatvinden zodra <command>init</command> is gestart:
</para>
<para>
<itemizedlist>
<listitem><para>
Het kan zijn dat de bestandssystemen
<indexterm><primary>bestandssysteem</primary></indexterm>
worden gecontroleerd. Wat is
een bestandssysteem? Een bestandssysteem is de lay-out van bestanden
op de harddisk. Het laat Linux weten welke delen van de disk reeds
in gebruik zijn en welke niet. (Het is als een index
naar een nogal groot vulsysteem of kaartencatalogus voor een
bibliotheek.) Diverse factoren zoals stroomonderbrekingen,
wat er gebeurt op de rest van de disk en de werkelijke lay-out van
de disk is en wat het bestandssysteem denkt dat informatie is, zijn helaas
weleens met elkaar in conflict.
Een speciaal programma met de naam <command>fsck</command>, kan deze
situaties opsporen en hopelijk corrigeren.
</para></listitem>
<listitem><para>
Speciale routing
<indexterm><primary>route</primary></indexterm> programma's voor netwerken
<indexterm><primary>netwerk</primary></indexterm>
worden uitgevoerd. Deze programma's vertellen je
computer hoe het wordt verondersteld contact te maken met andere
programma's.
</para></listitem>
<listitem><para>
Het kan zijn dat er tijdelijke bestanden worden verwijderd,
die door een aantal programma's zijn achtergelaten.
</para></listitem>
<listitem><para>
Het kan zijn dat de systeemklok juist wordt bijgewerkt.
Dit is lastiger dan je zou kunnen denken, aangezien &unix; de tijd standaard
in UCT (Universal Coordinated Time, ook bekend als Greenwich Mean Time) wil
en je CMOS klok, een door een batterij gevoede klok in je computer,
waarschijnlijk op lokale tijd is ingesteld. Dit betekent dat een of ander
programma de tijd uit moet lezen van je hardwareklok en het moet corrigeren
naar UCT.
</para></listitem>
</itemizedlist>
</para>
<para>
Nadat <command>init</command> is geëindigd met zijn taken tijdens
de systeemstart, gaat het verder met zijn regulier geplande activiteiten.
<command>init</command> kan de parent van alle processen
<indexterm><primary>proces</primary></indexterm> op een &unix;-systeem
worden genoemd.
Een proces is simpelweg een draaiend programma. Aangezien een programma twee of
meer keren kan worden uitgevoerd, kunnen er twee of meer processen
voor een bepaald programma zijn.
</para>
<para>
Onder &unix;, wordt een proces, een kopie van een programma
aangemaakt door een systeemaanroep
<indexterm><primary>systeemaanroep</primary></indexterm>
- een service waarin voorzien door de kernel - genaamd fork.
<indexterm><primary>proces</primary><secondary>fork</secondary></indexterm>
(Het wordt "fork" genoemd aangezien een proces zich afsplitst in twee
verschillende processen.) <command>init</command>
splitst een paar processen, welke
op hun beurt zelf een aantal afsplitsen. Op je Linux systeem zijn wat
<command>init</command> draait verscheidene kopieën van een programma
met de naam <command>getty</command>. <command>getty</command> is het
programma dat een gebruiker in laat loggen en eventueel een programma
aanroept met de naam <command>login</command>.
<indexterm><primary>login</primary></indexterm>
</para>
</sect1>
<sect1 id="actual-login-section"><title>Acties van de gebruiker</title>
<sect2 id="login"><title>Inloggen</title>
<para>
Het eerste wat je moet doen om een &unix;-computer te kunnen gebruiken,
is jezelf identificeren. De login is de manier van &unix; om te kunnen
achterhalen of gebruikers zijn geautoriseerd om het systeem te gebruiken.
Het vraagt om een accountnaam <indexterm><primary>account</primary></indexterm>
en wachtwoord.<indexterm><primary>wachtwoord</primary></indexterm>
Een accountnaam is normaal gesproken gelijk aan je gewone naam; je zou
het reeds van je systeembeheerder gekregen moeten hebben, of er zelf
één moeten hebben aangemaakt als je zelf de systeembeheerder bent.
(Informatie over hoe je dit doet zou beschikbaar moeten zijn in
de &ldpgs; of &ldpsa;)
</para>
<para>
Je zult zien dat nadat alle opstartprocedures zijn voltooid, iets als
het volgende (de eerste regel bestaat louter uit een begroetingsmelding,
het kan een disclaimer of iets anders zijn) verschijnt:
</para>
<para>
<screen>
Welcome to the mousehouse. Please, have some cheese.
mousehouse login:
</screen>
</para>
<informalfigure float="o">
<graphic fileref="png-files/grote-X.png"></graphic>
</informalfigure>
<para>
Het is echter mogelijk dat wat het systeem je presenteert
hier <emphasis>niet</emphasis> op lijkt. In plaats van een saai scherm
in tekstmodus is het grafisch. Er zal je echter nog steeds worden gevraagd
in te loggen en het zal voor het overgrote deel op dezelfde wijze
functioneren. Als dit het geval is op je systeem, zal je het X Window
Systeem gaan gebruiken. Dit betekent dat je zal
worden gepresenteerd op een venstersysteem. In <xref linkend="x-chapter"/>
zullen een aantal verschillen worden besproken waar je mee zult worden
geconfronteerd. Het inloggen zal vergelijkbaar zijn als ook het meeste
basisgebruik van &unix;. Zoek in de marge naar een grote X als je gebruik
maakt van het X Window systeem.
</para>
<para>
Dit is natuurlijk een uitnodiging om in te loggen.
<indexterm><primary>login</primary></indexterm> In deze
handleiding, zullen we gebruik maken van een fictieve (of afhankelijk van
je machine, niet zo fictieve) gebruiker met de naam <literal>larry</literal>.
Wanneer je <literal>larry</literal>
ziet, moet je dit vervangen door je eigen accountnaam. Accountnamen zijn
gewoonlijk gebaseerd op echte namen; grotere, serieuzere &unix;-systemen
beschikken over accounts waarbij gebruik wordt gemaakt van de achternaam
van de gebruiker of één of andere combinatie van de voor- en
achternaam, of zelfs nummers. Mogelijke accounts voor Larry Greenfield
kunnen bijvoorbeeld zijn:
<literal>larry</literal>, <literal>greenfie</literal>,
<literal>lgreenfi</literal>, <literal>lg19</literal>.
</para>
<para>
<literal>mousehouse</literal> is, tussen twee haakjes, de "naam" van de machine
waarop ik aan het werken ben. Het is mogelijk dat toen je Linux
installeerde, je werd gevraagd om een zeer geestige naam. Het is niet
zo belangrijk, maar wanneer het ter sprake komt, zal ik
<literal>mousehouse</literal>, of zeldzamer, <literal>lionsden</literal>
gebruiken, wanneer ik voor de duidelijkheid of contrast een tweede systeem moet
gebruiken.
</para>
<para>
Na het invoeren van <literal>larry</literal> en het indrukken van
<keycap>return</keycap>, word ik geconfronteerd met het volgende:
</para>
<para>
<screen>
<prompt>mousehouse login: </prompt><userinput>larry</userinput>
<computeroutput>Password:</computeroutput>
</screen>
</para>
<para>
Waar Linux om vraagt is je wachtwoord. Wanneer je je
wachtwoord intikt, kun je niet zien wat je typt. Typ zorgvuldig:
het is mogelijk ingetikte tekens te verwijderen, maar je zult niet
kunnen zien wat je aan het wijzigen bent. Typ niet te langzaam als
mensen aan het kijken zijn. Ze zullen je wachtwoord uit het hoofd
kunnen leren. Als je een fout maakt bij het typen, krijg je een nieuwe
kans om in te loggen.
<indexterm><primary>wachtwoord</primary></indexterm>
</para>
<para>
Als je je loginnaam en wachtwoord correct hebt ingetikt, zal een
korte melding verschijnen, die de "message of the day" wordt
genoemd.
<indexterm><primary>/etc/motd</primary></indexterm>
Dit kan van alles zijn. De systeembeheerder
bepaalt de inhoud van het bericht. Daarna verschijnt een
<emphasis>prompt</emphasis>.
<indexterm><primary>shell</primary><secondary>prompt</secondary></indexterm>
Een prompt is niets meer dan dat. Iets
vraagt je om de volgende opdracht aan het systeem te geven.
Het ziet er ongeveer zo uit:
</para>
<para>
<screen>
<prompt>/home/larry# </prompt>
</screen>
</para>
<para>
<informalfigure float="0">
<graphic fileref="png-files/grote-X.png"></graphic>
</informalfigure>
Als je reeds hebt vastgesteld dat je gebruik maakt van X,
zul je waarschijnlijk een prompt zien als de bovenstaande, maar dan
in een "venster" ergens op het scherm. (Een "venster" is een
rechthoekig kader.) Om achter de prompt iets in te tikken, verplaats
je de muiscursor (het ziet er waarschijnlijk uit als een grote "x"
of een pijl) met de muis in het venster.
</para>
</sect2>
<sect2><title>De computer laten voor wat het is</title>
<para>
<caution><para>Zet de computer niet zomaar uit! Je riskeert het verlies
van waardevolle gegevens!
</para></caution>
</para>
<para>
In tegenstelling tot de meeste DOS versies, is het een slechte
gewoonte zomaar de aan/uit-knop in te drukken wanneer je klaar bent op je
computer. Het is ook niet goed om de computer opnieuw (met de reset-knop)
op te starten zonder eerst de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen.
Linux beschikt ter verbetering van de performance over een
diskcache. Dit betekent dat het tijdelijk delen van de
permanente opslag in RAM opslaat.<footnote><para>Het verschil tussen
"RAM" en een harddisk is als het verschil tussen kort termijngeheugen
en lang termijngeheugen. Het afsluiten van de stroom is als het geven
van een klap op het hoofd van de computer; het zal alles vergeten wat
het in het korte termijngeheugen heeft opgeslagen.
Maar dingen opgeslagen in het lange termijngeheugen, de harddisk,
zijn ok. De disk is duizendmaal langzamer dan RAM.</para></footnote>
Het idee van wat Linux denkt wat de disk zou moeten zijn en wat de
disk werkelijk bevat wordt elke 30 seconden gesynchroniseerd.
Om de computer uit te zetten of opnieuw op te starten, zul je een
procedure moeten doorlopen waarin je het vertelt te stoppen met het
cachen van diskinformatie.
</para>
<para>
Als je klaar bent met de computer, maar nog wel bent ingelogd
(je voerde je gebruikersnaam en wachtwoord in) moet je eerst uitloggen.
Hiervoor geef je de opdracht <command>logout</command>. Alle opdrachten worden
verzonden door het indrukken van <keycap>return</keycap>. Totdat je de return indrukt,
zal er niets gebeuren en kun je verwijderen wat je hebt gedaan en
opnieuw beginnen.
</para>
<para>
<screen>
/home/larry# logout
Welcome to the mousehouse. Please, have some cheese.
mousehouse login:
</screen>
</para>
<para>
Nu kan een andere gebruiker inloggen.
</para>
</sect2>
<sect2><title>De computer uitzetten</title>
<para>
Als dit een single user systeem is, wil je wellicht de computer uitzetten
wanneer je klaar bent.<footnote><para>Om het mogelijke verzwakken van een
aantal hardwarecomponenten te voorkomen, zet je de computer alleen uit
wanneer je klaar bent voor vandaag. Het eenmaal aan en uitzetten van de
computer is waarschijnlijk de beste compromise tussen energie en slijtage
van het systeem.</para></footnote>
Hiervoor moet je inloggen op een speciaal account genaamd
<literal>root</literal>. Het <literal>root</literal> account is het account van de
systeembeheerder en hij kan elk bestand op het systeem benaderen.
Als je de computer uit wilt gaan zetten, zorg dan dat je eerst
aan het wachtwoord komt van de systeembeheerder.
(Op een single user systeem, ben <emphasis>jij</emphasis> dat! Zorg dat je het
<literal>root</literal> wachtwoord weet.) Log in als <literal>root</literal>:
</para>
<para>
<screen>
mousehouse login: root
Password:
Linux version 1.3.55 (root@mousehouse) #1 Sun Jan 7 14:56:26 EST 1996
/# shutdown now
Why? end of the day
URGENT: message from the sysadmin:
System going down NOW
... end of the day ...
Now you can turn off the power...
</screen>
</para>
<para>
De opdracht <command>shutdown now</command> bereidt het systeem voor op een reset
of om te worden uitgezet. Wacht op een melding waarin wordt aangegeven
dat het veilig is en herstart dan het systeem of zet het uit.
(Wanneer het systeem je vraagt "Why?", vraagt het louter om een reden
om aan de andere gebruikers mede te delen.
Aangezien niemand het systeem aan het gebruiken is als je het
uitzet, kun je het alles vertellen wat je wilt of in het geheel niets.)
</para>
<para>
Een beknopt bericht voor de luie mensen onder ons: een alternatief
voor de logout/login benadering is het gebruik van de opdracht
<command>su</command>. Als normale gebruiker typ je achter de prompt
<command>su</command> en drukt op <keycap>return</keycap>. Het zal je vragen om het root wachtwoord en je vervolgens
rootprivileges toekennen. Nu kun je het systeem met de opdracht
<command>shutdown now</command> afsluiten.
</para>
</sect2>
</sect1>
<sect1 id="kernel-messages"><title>Kernelmeldingen</title>
<para>
Wanneer je je computer voor het eerst opstart, zie je in rap tempo een
serie meldingen over het scherm voorbij gaan, die de hardware
aangesloten op je computer beschrijft.
Deze meldingen worden afgedrukt door de
Linux kernel. In deze sectie zal ik de meldingen beschrijven en
uitleggen.
</para>
<para>
Vanzelfsprekend verschillen deze meldingen van machine tot machine.
Ik zal de meldingen beschrijven die ik krijg voor mijn machine.
Het volgende voorbeeld bevat alle standaardmeldingen en een aantal
specifieke meldingen. (Over het algemeen is de machine waar ik dit vandaan
haal een minimaal geconfigureerde machine: je zult niet veel
apparaatspecifieke configuratie zien.) Dit werd gemaakt met Linux
versie 1.3.55; één van de meest recente tijdens dit schrijven.
</para>
<para>
<indexterm><primary>linux kernel</primary>
<secondary>opstartmeldingen</secondary></indexterm>
<orderedlist>
<listitem><para>
Het eerste wat Linux doet is bepalen welk type videokaart
en scherm je hebt, zodat het een goede fontgrootte uit kan kiezen.
(Hoe kleiner het font hoe meer tegelijkertijd op het scherm past.)
Linux kan je vragen of je een speciaal font wilt, of het kan zijn
dat er een speciaal font is ingecompileerd.
<footnote><para>"Compileren" is het proces waarbij een computerprogramma
dat een mens schrijft wordt vertaald naar iets dat de computer
begrijpt. Een feature welke is "ingecompileerd" is opgenomen in
het programma.</para></footnote>
</para>
<para>
<screen>
Console: 16 point font, 400 scans
Console: colour VGA+ 80x25, 1 virtual console (max 63)
</screen>
</para>
<para>
In dit voorbeeld besloot de eigenaar van de machine tijdens het compileren
dat hij standaard een groot font wilde.
<indexterm><primary>compile</primary></indexterm>
<!-- \glossary{binary} -->
Let tevens op de onjuiste spelling van het woord "color." Linus leerde
klaarblijkelijk de verkeerde versie Engels.
<indexterm><primary>Torvalds, Linus</primary>
<secondary>Engels gebruik</secondary></indexterm>
</para></listitem>
<listitem><para>
Het volgende dat de kernel zal rapporteren is hoe snel je
systeem is, als gemeten door
"BogoMIPS". <indexterm><primary>BogoMIPS</primary></indexterm>
Een "MIP" staat voor een miljoen instructies per seconde, en een "BogoMIP"
is een "bogus MIP": hoeveel keren de computer absoluut niets kan doen in
een seconde.
(Aangezien deze loop in werkelijkheid niets doet, is het getal
niet echt een meeteenheid van hoe snel het systeem is.)
Linux gebruikt dit nummer wanneer het moet wachten op een
hardwareapparaat.
</para>
<para>
<screen>
Calibrating delay loop.. ok - 33.28 BogoMIPS
</screen>
</para></listitem>
<listitem>
<para>
De Linux kernel vertelt je ook iets over het geheugengebruik:
</para>
<para>
<screen>
Memory: 23180k/24576k available (544k kernel code, 384k reserved,
468k data)
</screen>
</para>
<para>
Dit gaf aan dat de machine 24 megabytes
<indexterm><primary>megabyte</primary></indexterm> geheugen heeft.
Een deel van het geheugen werd gereserveerd voor de kernel. De rest
ervan kan worden gebruikt door programma's. Dit is het tijdelijke
RAM dat alleen voor opslag op korte termijn wordt gebruikt. Je
computer heeft ook een permanent geheugen genaamd een harddisk.
De inhoud van de harddisk blijft bewaard, ook als de stroom wordt onderbroken.
</para></listitem>
<listitem><para>
Tijdens de bootprocedure test Linux verschillende onderdelen
van de hardware en drukt meldingen af over deze testen.
</para>
<para>
<screen>
This processor honours the WP bit even when in supervisor mode.
Good.
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
Nu gaat Linux verder met de netwerkconfiguratie.
<indexterm><primary>netwerk</primary></indexterm>
Het volgende zou moeten worden beschreven in &ldpng;, en het valt buiten
het kader van dit document.
</para>
<para>
<screen>
Swansea University Computer Society NET3.033 for Linux 1.3.50
IP Protocols: ICMP, UDP, TCP
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
Linux ondersteunt een FPU
<indexterm><primary>FPU</primary></indexterm>, een floating point unit. Dit
is een speciale chip (of deel van een chip, in het geval van een 80486DX
CPU
<indexterm><primary>floating point unit</primary></indexterm>)
die rekenkundige bewerkingen uitvoert
met decimale getallen. Een aantal van deze chips is slecht,
en wanneer Linux deze chips probeert te identificeren, "crasht" de machine.
De machine stopt te functioneren. Als dit gebeurt, krijg je het volgende
te zien:
</para>
<para>
<screen>
Checking 386/387 coupling...
</screen>
</para>
<para>
<indexterm><primary>error!bad 386/387 coupling</primary></indexterm>
Anders krijg je te zien:
</para>
<para>
<screen>
Checking 386/387 coupling...
Ok, fpu using exception 16 error reporting.
</screen>
</para>
<para>
als je een 486DX gebruikt. Als je een 386 met een 387 gebruikt, zul je zien:
</para>
<para>
<screen>
Checking 386/387 coupling... Ok, fpu using irq13 error reporting.
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
Het voert nu een andere test uit op de "halt" instructie.
</para>
<para>
<screen>
Checking 'hlt' instruction... Ok.
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
Na de initiële configuratie drukt Linux een regel af om zichzelf
te identificeren. Er wordt aangegeven om welke versie het gaat,
welke versie van de GNU C Compiler het compileerde en wanneer het werd
gecompileerd.
</para>
<para>
<screen>
Linux version 1.3.55 (root@mousehouse) (gcc version 2.7.0)
#1 Sun Jan 7 14:56:26 EST 1996
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
De seriële
<indexterm><primary>seriële poorten</primary></indexterm> driver
is begonnen vragen te stellen over de hardware. Een driver is een deel van
de kernel dat een apparaat aanstuurt, gewoonlijk een randapparaat. Het is
verantwoordelijk voor de details over hoe de CPU communiceert met het
apparaat. Hierdoor kunnen mensen die gebruikerstoepassingen schrijven
zich concentreren op de toepassing:
ze hoeven zich niet bezig te houden met hoe de computer exact werkt.
</para>
<para>
<screen>
Serial driver version 4.11 with no serial options enabled
tty00 at 0x03f8 (irq = 4) is a 16450
tty01 at 0x02f8 (irq = 3) is a 16450
tty02 at 0x03e8 (irq = 4) is a 16450
</screen>
</para>
<para>
Hier vond het 3 seriële poorten. Een seriële poort is het equivalent
van een DOS <literal>COM</literal>-poort, en het is een apparaat dat normaal
gesproken wordt gebruikt om te communiceren met modems en muizen.
</para>
<para>
Wat het probeert te zeggen is, is dat de seriële poort 0 (COM1) het
adres <literal>0x03f8</literal> heeft. Wanneer het de kernel onderbreekt, gewoonlijk
om te zeggen dat het gegevens heeft, gebruikt het IRQ 4. Een IRQ is een
ander middel van een randapparaat om met de software te communiceren.
Elke seriële poort heeft ook een controllerchip. De gebruikelijke
controllerchip voor een poort is een 16450; andere mogelijke waarden
zijn 8250 en 16550.
</para></listitem>
<listitem><para>
Vervolgens komt de parallelle poortdriver. Een parallelle poort heeft
<indexterm><primary>parallelle poorten</primary></indexterm>
normaal gesproken een verbinding naar
de printer en de namen voor de parallelle poorten beginnen (onder Linux)
met <literal>lp</literal>. <literal>lp</literal> staat voor
<emphasis>L</emphasis>ine <emphasis>P</emphasis>rinter, alhoewel het
in moderne tijden zinniger zou zijn als het zou staan voor
<emphasis>L</emphasis>aser <emphasis>P</emphasis>rinter. (Linux zal echter prima communiceren met
elk type parallelle printer: dot matrix, inktjet, of laser.)
</para>
<para>
<screen>
lp0 at 0x03bc, (polling)
</screen>
</para>
<para>
Die melding geeft aan dat het een parallelle poort heeft gevonden en er de
standaarddriver voor gebruikt.
</para></listitem>
<listitem><para>
Linux identificeert vervolgens je harddisks. In het
voorbeeldsysteem dat ik je toon, <literal>mousehouse</literal>, heb ik twee IDE-harddisks
geïnstalleerd.
</para>
<para>
<screen>
hda: WDC AC2340, 325MB w/127KB Cache, CHS=1010/12/55
hdb: WDC AC2850F, 814MB w/64KB Cache, LBA, CHS=827/32/63
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
De kernel gaat nu verder met het zoeken naar je diskettestations.
In dit voorbeeld is de machine met twee diskettestations uitgerust:
station "A" is een 5 {1/4} inch disk, en station "B" is een
3 {1/2} inch disk. Linux noemt station "A" <literal>fd0</literal> en station
"B" <literal>fd1</literal>.
</para>
<para>
<screen>
Floppy drive(s): fd0 is 1.44M, fd1 is 1.2M
floppy: FDC 0 is a National Semiconductor PC87306
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
De volgende op te starten driver op mijn voorbeeldsysteem is de
SLIP-driver. Het drukt een melding af over zijn configuratie.
</para>
<para>
<screen>
SLIP: version 0.8.3-NET3.019-NEWTTY (dynamic channels, max=256)
(6 bit encapsulation enabled)
CSLIP: code copyright 1989 Regents of the University of California
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
De kernel scant ook de harddisks die het vindt. Het zal
zoeken naar de verschillende partities die op elk voorkomen. Een partitie
is een logische afscheiding op een drive die wordt gebruikt om er voor
te zorgen dat besturingssystemen elkaar niet in de weg zitten. In dit
voorbeeld had de computer twee harddisks (<literal>hda</literal>,
<literal>hdb</literal>) met
respectievelijk vier partities en één partitie.
<indexterm><primary>partitie</primary><secondary>disk</secondary></indexterm>
</para>
<para>
<screen>
Partition check:
hda: hda1 hda2 hda3 hda4
hdb: hdb1
</screen>
</para></listitem>
<listitem><para>
Tenslotte <emphasis>mount</emphasis>
<indexterm><primary>mount</primary></indexterm> Linux de
rootpartitie. De rootpartitie is de diskpartitie waar het
Linux besturingssysteem op voorkomt.
<indexterm><primary>partitie</primary><secondary>root</secondary></indexterm>
Wanneer Linux deze partitie "mount", maakt het de partitie beschikbaar
voor gebruik.
</para>
<para>
<screen>
VFS: Mounted root (ext2 filesystem) readonly.
</screen>
</para></listitem>
</orderedlist>
</para>
</sect1>
</chapter>
<!--
% Local Variables:
% mode: latex
% TeX-master: "guide"
% End: -->
|