File: netconfig.html

package info (click to toggle)
doc-linux-nl 20051127-2
  • links: PTS
  • area: main
  • in suites: etch, etch-m68k
  • size: 16,408 kB
  • ctags: 94
  • sloc: xml: 47,403; makefile: 312; perl: 193; sh: 116; ansic: 12; csh: 9
file content (578 lines) | stat: -rw-r--r-- 13,112 bytes parent folder | download | duplicates (2)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150
151
152
153
154
155
156
157
158
159
160
161
162
163
164
165
166
167
168
169
170
171
172
173
174
175
176
177
178
179
180
181
182
183
184
185
186
187
188
189
190
191
192
193
194
195
196
197
198
199
200
201
202
203
204
205
206
207
208
209
210
211
212
213
214
215
216
217
218
219
220
221
222
223
224
225
226
227
228
229
230
231
232
233
234
235
236
237
238
239
240
241
242
243
244
245
246
247
248
249
250
251
252
253
254
255
256
257
258
259
260
261
262
263
264
265
266
267
268
269
270
271
272
273
274
275
276
277
278
279
280
281
282
283
284
285
286
287
288
289
290
291
292
293
294
295
296
297
298
299
300
301
302
303
304
305
306
307
308
309
310
311
312
313
314
315
316
317
318
319
320
321
322
323
324
325
326
327
328
329
330
331
332
333
334
335
336
337
338
339
340
341
342
343
344
345
346
347
348
349
350
351
352
353
354
355
356
357
358
359
360
361
362
363
364
365
366
367
368
369
370
371
372
373
374
375
376
377
378
379
380
381
382
383
384
385
386
387
388
389
390
391
392
393
394
395
396
397
398
399
400
401
402
403
404
405
406
407
408
409
410
411
412
413
414
415
416
417
418
419
420
421
422
423
424
425
426
427
428
429
430
431
432
433
434
435
436
437
438
439
440
441
442
443
444
445
446
447
448
449
450
451
452
453
454
455
456
457
458
459
460
461
462
463
464
465
466
467
468
469
470
471
472
473
474
475
476
477
478
479
480
481
482
483
484
485
486
487
488
489
490
491
492
493
494
495
496
497
498
499
500
501
502
503
504
505
506
507
508
509
510
511
512
513
514
515
516
517
518
519
520
521
522
523
524
525
526
527
528
529
530
531
532
533
534
535
536
537
538
539
540
541
542
543
544
545
546
547
548
549
550
551
552
553
554
555
556
557
558
559
560
561
562
563
564
565
566
567
568
569
570
571
572
573
574
575
576
577
578
<HTML
><HEAD
><TITLE
>Netwerkconfiguratie</TITLE
><META
NAME="GENERATOR"
CONTENT="Modular DocBook HTML Stylesheet Version 1.64
"><LINK
REL="HOME"
TITLE="Het Slackware Handboek"
HREF="slackware-handboek.html"><LINK
REL="PREVIOUS"
TITLE="De installatie van Slackware Linux"
HREF="installatie.html"><LINK
REL="NEXT"
TITLE="Netwerkdiensten"
HREF="netdiensten.html"><LINK
REL="STYLESHEET"
TYPE="text/css"
HREF="normal.css"></HEAD
><BODY
CLASS="chapter"
BGCOLOR="#FFFFFF"
TEXT="#000000"
LINK="#0000FF"
VLINK="#840084"
ALINK="#0000FF"
><DIV
CLASS="NAVHEADER"
><TABLE
WIDTH="100%"
BORDER="0"
CELLPADDING="0"
CELLSPACING="0"
><TR
><TH
COLSPAN="3"
ALIGN="center"
>Het Slackware Handboek: Voor Slackware Linux 9.1</TH
></TR
><TR
><TD
WIDTH="10%"
ALIGN="left"
VALIGN="bottom"
><A
HREF="installatie.html"
>Terug</A
></TD
><TD
WIDTH="80%"
ALIGN="center"
VALIGN="bottom"
></TD
><TD
WIDTH="10%"
ALIGN="right"
VALIGN="bottom"
><A
HREF="netdiensten.html"
>Volgende</A
></TD
></TR
></TABLE
><HR
ALIGN="LEFT"
WIDTH="100%"></DIV
><DIV
CLASS="chapter"
><H1
><A
NAME="AEN134"
>Hoofdstuk 5. Netwerkconfiguratie</A
></H1
><DIV
CLASS="TOC"
><DL
><DT
><B
>Inhoudsopgave</B
></DT
><DT
>5.1. <A
HREF="netconfig.html#AEN136"
>Netwerk hardware</A
></DT
><DT
>5.2. <A
HREF="netconfig.html#AEN150"
>Configuratie van interfaces</A
></DT
><DT
>5.3. <A
HREF="netconfig.html#AEN170"
>PPP</A
></DT
><DT
>5.4. <A
HREF="netconfig.html#AEN187"
>Resolving</A
></DT
><DT
>5.5. <A
HREF="netconfig.html#AEN205"
>IPv4 Forwarding</A
></DT
></DL
></DIV
><DIV
CLASS="sect1"
><H1
CLASS="sect1"
><A
NAME="AEN136"
>5.1. Netwerk hardware</A
></H1
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>Netwerkkaarten</H2
><P
>&#13;De drivers voor netwerkkaarten worden tijdens de installatie ge&iuml;nstalleerd 
als kernel modules. De module voor je netwerkkaart dient
geladen te worden tijdens het starten van het systeem. De kans is
groot dat de netwerkkaart tijdens de installatie als geconfigureerd
is door de netwerk configuratie. Je kunt je netwerkkaart opnieuw
configureren met het <B
CLASS="command"
>netconfig</B
> commando.
<B
CLASS="command"
>netconfig</B
> zorgt ervoor dat de module voor de gedetecteerde
netwerkkaart geladen wordt in <TT
CLASS="filename"
>/etc/rc.d/rc.netdevice</TT
>.
</P
><P
>&#13;Je kunt natuurlijk ook zelf instellen welke modules geladen moeten worden
tijdens het starten van het systeem. Dit kunt je doen door een 
<B
CLASS="command"
>modprobe</B
> toe te voegen aan
<TT
CLASS="filename"
>/etc/rc.d/rc.modules</TT
>. Stel je wilt de module voor
3Com 59x kaarten laden (3c59c.o), dan voeg je de volgende regel toe
aan <TT
CLASS="filename"
>/etc/rc.d/rc.modules</TT
>:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;/sbin/modprobe 3c59x
</PRE
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>PCMCIA kaarten</H2
><P
>&#13;Ondersteunde PCMCIA netwerkkaarten worden automatisch door de PCMCIA
software gedetecteerd. De pcmcia-cs package uit de "a" diskset biedt
PCMCIA functionaliteit voor Slackware Linux.
</P
></DIV
><DIV
CLASS="sect1"
><H1
CLASS="sect1"
><A
NAME="AEN150"
>5.2. Configuratie van interfaces</A
></H1
><P
>&#13;Netwerkkaarten zijn zichtbaar in Linux als zogenaamde "interfaces". Met
het <B
CLASS="command"
>ifconfig</B
>(8) commando kunt je zien welke interfaces
er zijn:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;# <B
CLASS="command"
>ifconfig -a</B
>
eth0      Link encap:Ethernet  HWaddr 00:20:AF:F6:D4:AD  
          inet addr:192.168.1.1  Bcast:192.168.1.255  Mask:255.255.255.0
          UP BROADCAST RUNNING MULTICAST  MTU:1500  Metric:1
          RX packets:1301 errors:0 dropped:0 overruns:0 frame:0
          TX packets:1529 errors:0 dropped:0 overruns:0 carrier:0
          collisions:1 txqueuelen:100 
          RX bytes:472116 (461.0 Kb)  TX bytes:280355 (273.7 Kb)
          Interrupt:10 Base address:0xdc00 

lo        Link encap:Local Loopback  
          inet addr:127.0.0.1  Mask:255.0.0.0
          UP LOOPBACK RUNNING  MTU:16436  Metric:1
          RX packets:77 errors:0 dropped:0 overruns:0 frame:0
          TX packets:77 errors:0 dropped:0 overruns:0 carrier:0
          collisions:0 txqueuelen:0 
          RX bytes:8482 (8.2 Kb)  TX bytes:8482 (8.2 Kb)
</PRE
><P
>&#13;Netwerkkaarten krijgen de naam ethn, waarin n vervangen wordt met een
nummer beginnend met 0. In het bovenstaande voorbeeld heeft de eerste
netwerkkaart, interface eth0, al een IP adres. Maar als de interfaces
nog niet geconfigureerd zijn zul je in de <B
CLASS="command"
>ifconfig</B
>
uitvoer zien dat ze geen IP adres hebben. Je kunt interfaces configureren
in het bestand <TT
CLASS="filename"
>/etc/rc.d/rc.inet1.conf</TT
>. De gevraagde
waarden wijzen voor zichzelf, bijvoorbeeld: 
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;# Config information for eth0:
IPADDR[0]="192.168.1.1"
NETMASK[0]="255.255.255.0"
USE_DHCP[0]=""
DHCP_HOSTNAME[0]=""
</PRE
><P
>&#13;In dit voorbeeld krijgt de eerste interface (eth0) het IP adres
192.168.1.1 toegekend met de netmask 255.255.255.0. Als je een DHCP
server gebruikt (ofterwijl je IP adres toegekend wordt) dan kun
je de regel <I
CLASS="emphasis"
>USE_DHP[n]=<SPAN
CLASS="QUOTE"
>""</SPAN
></I
> vervangen
met <I
CLASS="emphasis"
>USE_DHP[n]=<SPAN
CLASS="QUOTE"
>"yes"</SPAN
></I
> (waarin
<SPAN
CLASS="QUOTE"
>"n"</SPAN
> vervangen dient te worden met het interfacenummer). 
De andere waarden dan, op <I
CLASS="emphasis"
>DHCP_HOSTNAME</I
> 
na genegeerd. Bijvoorbeeld:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;IPADDR[1]=""
NETMASK[1]=""
USE_DHCP[1]="yes"
DHCP_HOSTNAME[1]=""
</PRE
><P
>&#13;Hetzelfde is van toepassing op andere interfaces.
Je kunt de instellingen actief maken door het systeem opnieuw te starten
of door <B
CLASS="command"
>/etc/rc.d/rc.inet1</B
> uit te voeren.
</P
></DIV
><DIV
CLASS="sect1"
><H1
CLASS="sect1"
><A
NAME="AEN170"
>5.3. PPP</A
></H1
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>pppconfig</H2
><P
>&#13;Voor het configureren van PPP heeft Slackware een speciale tool,
<B
CLASS="command"
>pppsetup</B
>. Met <B
CLASS="command"
>pppsetup</B
> is
het mogelijk je modem comfortabel via een menu-interface te configureren.
Zowel voor het gebruik van PPP als <B
CLASS="command"
>pppsetup</B
>
onder Slackware moet de ppp package uit de a/ diskset ge&iuml;nstalleerd
zijn. Na het openingsscherm zal je gevraagd worden het telefoonnummer
van je provider in te toetsen. Toets hier "ATDT" met daaraan het
nummer van je provider en eventueel het nummer dat je moet gebruiken
om op de buitenlijn te komen. In het volgende scherm kunt u selecteren
welk serieel apparaat je wilt gebruiken voor de PPP verbinding. Voor
externe modems is dit meestal <TT
CLASS="filename"
>ttyS0</TT
> of
<TT
CLASS="filename"
>ttyS1</TT
>. Voor PCI modems kan dit varie&euml;ren,
bekijk de kernel uitvoer (met bijvoorbeeld <B
CLASS="command"
>dmesg</B
>(8))
om de juiste apparaatnaam te vinden. Vervolgens kunt je de baud rate
van de modem instellen. Als je niet weet welke baud rate je modem heeft
kan het over het algemeen geen kwaad om "115200" te kiezen. In
het volgende scherm kun je opgeven of je internet provider je terugbelt.
Bij vrijwel geen enkele internetprovider is dit het geval en kunt je hier
"No" kiezen. Daarna kunt je een extra string met commando's voor de
modem meegeven. Meestal is dit niet nodig en kunt je hier gewoon op
enter drukken. Vervolgens zal je gevraagd worden het domeinnaam
en de nameservers van je provider op te geven. Hiermee wordt
<TT
CLASS="filename"
>/etc/resolv.conf</TT
> geupdated, zodat namen om
te zetten zijn in IP adressen. In de volgende schermen kun
je de gegevens voor de authenticatie invullen. Eerst wordt gevraagd
welke protocol je voor de authenticatie wilt gebruiken; de meeste
providers gebruiken PAP. Daarna kun je de gebruikersnaam en wachtwoord
invullen.
</P
><P
>&#13;Nu PPP geconfigureerd is kun je verbinding maken met je internetprovider.
De PPP verbinding wordt geregeld met een speciale daemon die op de
achtergrond gestart wordt. Je kunt als volgt de daemon starten en een
verbinding maken met jouw provider:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;$ <B
CLASS="command"
>ppp-go</B
>
</PRE
><P
>&#13;De verbinding is weer te verbreken met een ander simpel commando:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;$ <B
CLASS="command"
>ppp-stop</B
>
</PRE
></DIV
><DIV
CLASS="sect1"
><H1
CLASS="sect1"
><A
NAME="AEN187"
>5.4. Resolving</A
></H1
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>Hostnaam</H2
><P
>&#13;Elke computer op het internet heeft een zogenaamde hostnaam. Ook als je 
geen vaste hostnaam heeft die via DNS beschikbaar is, is het toch handig
om een hostname in te stellen omdat sommige software er gebruik van maakt.
Je kunt je hostnaam instellen in <TT
CLASS="filename"
>/etc/HOSTNAME</TT
>.
E&eacute;n regel met je hostnaam voldoet. Een hostnaam heeft normaliter
de volgende vorm: host.domein.tld, bijvoorbeeld darkstar.slackfans.org.
Let op dat de hostnaam "resolvable" moet zijn, dat wil zeggen dat Linux
in staat moet zijn het in een IP adres om te zetten. Dit kun je doen
door de hostnaam aan <TT
CLASS="filename"
>/etc/hosts</TT
> toe te voegen. Lees 
de volgende sectie voor meer informatie over dit bestand.
</P
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>/etc/hosts</H2
><P
>&#13;<TT
CLASS="filename"
>/etc/hosts</TT
> is een tabel van IP adressen met
bijbehordende namen. Dit bestand is ideaal om in een klein netwerk
verschillende computers van een naam te voorzien. Dit is een voorbeeld
van <TT
CLASS="filename"
>/etc/hosts</TT
>:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;127.0.0.1       	localhost
192.168.1.1             tazzy.blowgish.org tazzy
192.168.1.2             gideon.blowgish.org
</PRE
><P
>&#13;De localhost regel moet altijd aanwezig zijn. Het koppelt de naam "localhost"
aan een speciale interface, de loopback. In dit voorbeeld is te zien dat
de namen "tazzy.blowgish.org" en "tazzy" aan het IP adres 192.169.1.1
gekoppeld worden en de naam "gideon.blowgish.org" aan IP adres 192.168.1.2. 
Op het systeem met dit dit hosts bestand zijn beide computers met de
genoemde namen.
</P
><H2
CLASS="BRIDGEHEAD"
>/etc/resolv.conf</H2
><P
>&#13;In het bestand <TT
CLASS="filename"
>/etc/resolv.conf</TT
> kun je instellen
welke nameservers het systeem moet gebruiken. Een nameserver zet hostnamen om
in IP adressen. Hoogstwaarschijnlijk heeft je provider je ten minste
twee nameservers (DNS servers) toegekend. Je kunt deze nameservers in
dit bestand opgeven door per nameserver de regel "nameserver ipadres"
toe te voegen. Bijvoorbeeld:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;nameserver 192.168.1.1
nameserver 192.168.1.69
</PRE
><P
>&#13;Je kunt controleren of hostnamen goed omgezet worden met behulp van het
ping commando, door <B
CLASS="command"
>ping hostnaam</B
> uit te voeren.
Hostnaam kunt je vervangen met bijvoorbeeld de website van je internetprovider
(www.provider.nl).
</P
></DIV
><DIV
CLASS="sect1"
><H1
CLASS="sect1"
><A
NAME="AEN205"
>5.5. IPv4 Forwarding</A
></H1
><P
>&#13;IPv4 forwarding maakt een verbinding tussen twee of meer netwerken
door de pakketjes die op &eacute;&eacute;n interface naar binnen
komen naar een andere interface te sturen. Dit maakt het mogelijk
om een Linux computer te laten fuctioneren als een router tussen
verschillende netwerken. Zo kun je bijvoorbeeld je thuisnetwerk
koppelen met het internet. IPv4 forwarding kan ingeschakeld
worden onder Slackware Linux door <TT
CLASS="filename"
>/etc/rc.d/rc.ip_forward</TT
>
uitvoerbaar te maken. Dit kun je doen met het <B
CLASS="command"
>chmod</B
>
commando: 
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;# <B
CLASS="command"
>chmod a+x /etc/rc.d/rc.ip_forward</B
>
</PRE
><P
>&#13;IPv4 forwarding is weer uit te schakelen door het bestand onuitvoerbaar
te maken:
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;# <B
CLASS="command"
>chmod a-x /etc/rc.d/rc.ip_forward</B
>
</PRE
><P
>&#13;De instellingen kunnen actief
gemaakt worden door de computer opnieuw starten. Ook is het mogelijk
IPv4 forwarding op een lopend systeem uit te schakelen (of te activeren
door 0 in het volgende voorbeeld in 1 te veranderen) met: 
</P
><PRE
CLASS="screen"
>&#13;# <B
CLASS="command"
>echo 0 &#62; /proc/sys/net/ipv4/ip_forward</B
>
</PRE
><P
>&#13;Let op! Er zijn standaard geen filters actief. Dit betekend dat
iedereen op het netwerk kan komen! Om binnenkomend en uitgaand
verkeer te filteren en te controleren kun je onder Linux 2.4 kernels
gebruik maken van <B
CLASS="command"
>iptables</B
>. Ook NAT (Network
Address Translation) is een onderdeel van <B
CLASS="command"
>iptables</B
>.
NAT maakt het mogelijk een netwerk te "verbergen" achter een IP adres,
zodat u met slechts &eacute;&eacute;n IP adres toch een heel netwerk
internettoegang kunt geven.
</P
></DIV
></DIV
><DIV
CLASS="NAVFOOTER"
><HR
ALIGN="LEFT"
WIDTH="100%"><TABLE
WIDTH="100%"
BORDER="0"
CELLPADDING="0"
CELLSPACING="0"
><TR
><TD
WIDTH="33%"
ALIGN="left"
VALIGN="top"
><A
HREF="installatie.html"
>Terug</A
></TD
><TD
WIDTH="34%"
ALIGN="center"
VALIGN="top"
><A
HREF="slackware-handboek.html"
>Begin</A
></TD
><TD
WIDTH="33%"
ALIGN="right"
VALIGN="top"
><A
HREF="netdiensten.html"
>Volgende</A
></TD
></TR
><TR
><TD
WIDTH="33%"
ALIGN="left"
VALIGN="top"
>De installatie van Slackware Linux</TD
><TD
WIDTH="34%"
ALIGN="center"
VALIGN="top"
>&nbsp;</TD
><TD
WIDTH="33%"
ALIGN="right"
VALIGN="top"
>Netwerkdiensten</TD
></TR
></TABLE
></DIV
></BODY
></HTML
>